ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ5254
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- M.E. van Hilten
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor terugkerende goederen bij invoer van horloges
Belanghebbende werd geconfronteerd met een aanslag omzetbelasting over twee horloges die hij bij terugkeer uit Turkije invoerde. De inspecteur betwistte de status van de horloges als terugkerende goederen, omdat de aankoopfacturen ontbraken en de overgelegde taxatieverklaringen en certificaten niet overtuigend waren. Belanghebbende stelde dat de horloges tweedehands waren gekocht en dat hij de originele aankoopnota's niet meer kon overleggen.
Tijdens de procedure bleek dat belanghebbende de groene doorgang had gekozen en dat de douane aanvankelijk de horloges had vrijgegeven na overlegging van taxatierapporten. De inspecteur stelde dat de vrijgave een vergissing was en dat de douanewaarde niet juist was vastgesteld. Het hof overwoog dat van particuliere reizigers niet kan worden verlangd dat zij jarenlang bewijsstukken bewaren en dat de bewijslast voor terugkerende goederen niet primair bij de reiziger ligt, tenzij er gerede twijfel bestaat.
Het hof stelde vast dat de inspecteur onvoldoende objectieve criteria had aangevoerd om de aangifte niet te volgen en dat de verklaringen van belanghebbende en het passeren van de groene doorgang als voldoende bewijs dienden. De valsheid van de certificaten, die door een derde waren afgegeven, deed aan het oordeel niets af omdat belanghebbende niet betrokken was bij de onregelmatigheden.
Gelet op deze omstandigheden oordeelde het hof dat de horloges als terugkerende goederen moesten worden beschouwd en dat de aanslag omzetbelasting onterecht was opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag en de eerdere uitspraak vernietigd, en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag omzetbelasting wordt vernietigd en de vrijstelling voor terugkerende goederen wordt toegepast.