Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige douanekamer van 4 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Douane, kantoor Schiphol, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- één gouden armband (14 karaat);
- één gouden ketting met hanger (14 karaat);
- één gouden ketting zonder hanger (14 karaat);
- één paar gouden oorbellen (14 karaat).
In geschil is of de utb terecht aan eiseres is uitgereikt, hetgeen eiseres ontkent en verweerder bevestigt.
De rechtbank is van oordeel dat de douaneambtenaar op basis van:
(i) de constatering dat er geen gebruikssporen zichtbaar waren op de armbanden,
(ii) de omstandigheid dat nieuwe sieraden waren aangetroffen in de bagage van eiseres waarvoor geen aangifte was gedaan, en
(iii) de wisselende verklaringen van eiseres over waar zij de aangetroffen armbanden had gekocht, gegronde twijfel kon hebben over de juistheid van de aangifte.