ECLI:NL:GHAMS:2004:AO3887
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Faase
- Van der Ouderaa
- Happé
- Rechtspraak.nl
Vermindering premie volksverzekeringen wegens Duitse pensioenuitkering na beëindiging premieplicht
Belanghebbende, geboren in 1942, woonde en werkte in Duitsland en verhuisde in 1978 naar Nederland waar hij sindsdien geen werkzaamheden meer verrichtte. Hij ontving in 1994 en 1995 een Duitse Erwerbsunfähigkeitsrente en een Nederlandse WAO-uitkering. De vraag was of de Duitse uitkering terecht was begrepen in het premie-inkomen voor de Nederlandse volksverzekeringen.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende vanaf 1977 was opgehouden premieplichtig te zijn in Duitsland, op basis van informatie van de Duitse Bundesversicherungsanstalt en de Sociale Verzekeringsbank. Hierdoor moest hij voor de jaren 1994 en 1995 als verzekerde in Nederland worden aangemerkt. Het Hof paste de vermindering toe van de premie AAW in verhouding tot de Duitse uitkering, conform een eerder arrest van de Hoge Raad.
Het Hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden uitspraken en vermindert de aanslagen voor 1994 en 1995 met respectievelijk f 646 en f 628. Tevens veroordeelde het Hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van het griffierecht. Het beroep in cassatie is mogelijk binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De aanslagen premie volksverzekeringen over 1994 en 1995 worden verminderd met respectievelijk f 646 en f 628 wegens beëindiging premieplicht in Duitsland vanaf 1977.