ECLI:NL:HR:1995:AA3044
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vermindering premieheffing volksverzekeringen wegens Duitse arbeidsongeschiktheidsuitkering
Belanghebbende kreeg voor 1985 een aanslag in de premieheffing volksverzekeringen opgelegd, gebaseerd op een premie-inkomen van ƒ 12.911,--. Deze aanslag werd gehandhaafd door de Inspecteur, maar het Hof vernietigde deze en stelde de aanslag bij. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
Belanghebbende ontving naast een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering ook een Duitse arbeidsongeschiktheidsuitkering ('Erwerbsunfähigkeitsrente') van de Bundesversicherungsanstalt für Angestellte te Berlijn. Het Hof oordeelde dat de Duitse uitkering niet in het premie-inkomen mocht worden betrokken voor de AOW en AAW, maar wel voor andere volksverzekeringen.
De Hoge Raad bevestigde dat op grond van het Europese recht en nationale wetgeving de Duitse uitkering niet volledig in de Nederlandse premieheffing mag worden betrokken. De premie voor de AAW moest worden verminderd naar rato van het deel van de Duitse uitkering. De aanslag werd daarom verminderd met ƒ 443,--. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest behalve het griffierecht en de uitspraak van de Inspecteur, en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De aanslag in de premieheffing volksverzekeringen wordt verminderd met ƒ 443,-- wegens gedeeltelijke vrijstelling van de Duitse arbeidsongeschiktheidsuitkering.