ECLI:NL:GHAMS:2004:AO5765
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Loon
- Schaap
- Steenbergen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt toepassing werktuigenvrijstelling bij waardering energiecentrale voor onroerendezaakbelasting
Belanghebbende, exploitant van een elektriciteitscentrale, maakte bezwaar tegen aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd door de gemeente Velsen voor de jaren 1996. De kern van het geschil betrof de waardering van de centrale, met name de vraag of bepaalde werktuigen als roerend of onroerend moesten worden aangemerkt en of de werktuigenvrijstelling van toepassing was. Verweerder had belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar voor een van de objecten wegens te late motivering.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat de werktuigenvrijstelling terecht werd toegepast. De werktuigen konden worden verwijderd met behoud van hun waarde als werktuig, ook al werd daarbij het gebouw beschadigd of moesten de werktuigen worden gedemonteerd. De eis dat het werktuig zijn waarde in bedrijfseconomische zin behoudt werd door het Hof verworpen als te streng.
De deskundige rapporten van belanghebbende werden als overtuigend beoordeeld, terwijl het tegenrapport van verweerder onvoldoende was omdat het niet was gebaseerd op een plaatselijke opname. De waarde van de onroerende zaken werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten, waaronder vergoeding van deskundigenkosten. De uitspraak bevestigt de juiste toepassing van de werktuigenvrijstelling in het kader van de OZB-heffing.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard, de aanslagen onroerendezaakbelasting worden verminderd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.