ECLI:NL:GHAMS:2004:AO6987
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Onnes
- J. Steenbergen
- M. Holdert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woonplaatsfictie bij schenking onder opschortende voorwaarde in Successiewet
Belanghebbende stelde beroep in tegen een navorderingsaanslag schenkingsrecht over een schenking van haar moeder, die onder een opschortende voorwaarde was gedaan. De kern van het geschil betrof het tijdstip van de schenking en de toepassing van de woonplaatsfictie in de Successiewet 1956.
Het hof stelde vast dat zowel onder het oude als het nieuwe recht de overeenkomst van schenking op 16 september 1997 tot stand kwam, ondanks het voorwaardelijke karakter door de opschortende voorwaarde. De voorwaarde beïnvloedt slechts de afdwingbaarheid van de prestatie, niet het moment van schenking zelf.
Verder oordeelde het hof dat de fictieve woonplaats van de schenker binnen Nederland, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Successiewet, niet in strijd is met het EG-Verdrag. De heffing van schenkingsrecht op grond van de woonplaats van de schenker vormt geen onrechtmatige belemmering van het kapitaalverkeer binnen de EU.
Ook de door belanghebbende aangevoerde discriminatie op grond van nationaliteit werd door het hof verworpen, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad die de bijzondere band tussen staat en onderdaan als rechtvaardiging erkent.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag schenkingsrecht wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.