ECLI:NL:GHAMS:2004:AO9316
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Loon
- Kostense
- De Korte
- Rechtspraak.nl
Beleggingen in effecten geen ondernemingsverlies bij slagerijonderneming
Belanghebbende exploiteert samen met zijn echtgenote een slagerij en heeft in 1999 een lening van ƒ 200.000 afgesloten die volgens de akte uitsluitend voor bedrijfsvoering mocht worden gebruikt. In 2000 en 2001 belegden zij dit bedrag in effecten met als doel korte termijn winst. Het behaalde verlies over 2000 bedroeg ƒ 44.978.
De inspecteur accepteerde de rente op de lening als eigenwoningrente en stelde het verlies uit de beleggingen niet ten laste van het ondernemingsresultaat. Belanghebbende voerde aan dat het verlies als speculatieverlies bedrijfsmiddelen wel aftrekbaar moest zijn.
Het Hof oordeelt dat de beleggingen niet binnen het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de slagerij vallen. De beleggingen waren speculatief, met hoge risico’s en niet als tijdelijke belegging van overtollige liquide middelen. Bovendien werd een rekening-courantkrediet gebruikt om bedrijfsuitgaven te financieren, wat bevestigt dat de beleggingen privébestemming kregen.
Daarom kunnen de verliezen uit de effecten niet worden toegerekend aan het ondernemingsvermogen en zijn niet aftrekbaar van het ondernemingsresultaat. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het verlies uit effecten niet als ondernemingsverlies erkend.