ECLI:NL:HR:1999:AA2860
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt privébestemming van liquide middelen bij speculatieve beleggingen door ondernemer
Belanghebbende, een ondernemer, kreeg voor het jaar 1989 een aanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 721.578,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat niet duurzaam overtollige liquide middelen in beginsel tot het ondernemingsvermogen behoren, tenzij de belegging zodanig is dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de middelen tijdig weer beschikbaar zijn voor de onderneming.
Het Hof stelde vast dat belegging in opties grote risico's met zich meebrengt en dat belanghebbende deze risico's niet systematisch had beperkt, waardoor sprake was van zuivere speculatie. Dit leidde tot het oordeel dat de liquide middelen aan het ondernemingsvermogen waren onttrokken en een privébestemming hadden gekregen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de gelden niet tot het ondernemingsvermogen behoorden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat de middelen niet binnen de normale uitoefening van de onderneming waren verworven, waardoor zij privévermogen zijn geworden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de liquide middelen privévermogen zijn geworden.