ECLI:NL:GHAMS:2004:AR0758
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Van de Merwe
- Emmerig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op 35%-regeling voor buitenlandse jeugdvoetballer zonder bewezen specifieke deskundigheid
Belanghebbende, een buitenlandse jeugdvoetballer, verzocht om toepassing van de 35%-regeling wegens schaarse specifieke deskundigheid. Hij had contracten met een Nederlandse profclub en was erkend als talentvol, maar voldeed niet aan de inkomenstoets die de Belastingdienst hanteert als objectief criterium.
De inspecteur wees het verzoek af omdat belanghebbende op het moment van aanwerving niet beschikte over specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het hof bevestigde dat talent niet gelijkstaat aan specifieke deskundigheid en dat belanghebbende niet op het niveau van de hoogste Nederlandse profcompetitie speelde.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat voetballers en andere werknemers niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd bij de beoordeling van specifieke deskundigheid. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de buitenlandse jeugdvoetballer op toepassing van de 35%-regeling wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldoet aan de deskundigheidseis.