ECLI:NL:PHR:2006:AU2301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing 35%- en 30%-regeling voor buitenlandse werknemers met specifieke deskundigheid
Belanghebbende, een Braziliaanse voetballer, verbleef vanaf 1996 met toeristenvisa in Nederland en trad in 1998 in dienst bij een Nederlandse voetbalvereniging. Hij vroeg toepassing van de 35%-regeling (forfaitaire belastingvrije vergoeding voor extraterritoriale kosten) en later de 30%-regeling aan, maar deze werden afgewezen omdat hij niet uit het buitenland zou zijn aangeworven.
Het hof oordeelde dat belanghebbende weliswaar uit het buitenland was aangeworven, maar dat de regeling pas vanaf 1 juli 1998 zou gelden. Het hof sloot aan bij het beleid van het CWI voor het toetsen van specifieke deskundigheid via een inkomenstoets, zonder te letten op herkomst van talent of opleiding.
De Hoge Raad stelt dat het hof het beleid van de belastingdienst over de toetsing van specifieke deskundigheid onvoldoende in kaart heeft gebracht en dat het hof ten onrechte geen rekening hield met de kortingsregeling die eerdere perioden van verblijf of tewerkstelling in Nederland in mindering brengt op de looptijd van de regeling. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor nadere beoordeling van het beleid en de resterende looptijd van de regeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nadere beoordeling.