ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2964
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Den Boer
- Van der Ouderaa
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling liquidatieverlies bij gedeeltelijke voortzetting onderneming binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, een participatiemaatschappij met een 5%-belang in A Holding, voerde beroep tegen de weigering van de inspecteur om een liquidatieverlies van f 741.600 in aanmerking te nemen.
Na het faillissement van de A Groep in 1993 heeft belanghebbende activa en personeel van drie gefailleerde werkmaatschappijen overgenomen en voortgezet. Het Hof stelde vast dat deze werkmaatschappijen deel uitmaakten van een fiscale eenheid met A Holding als moedervennootschap.
Volgens artikel 13d, lid 8, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kan liquidatieverlies niet worden genomen indien de onderneming geheel of gedeeltelijk wordt voortgezet door een met de belastingplichtige verbonden lichaam. Het Hof oordeelde dat de voortzetting van activiteiten door belanghebbende binnen deze fiscale eenheid een gedeeltelijke voortzetting vormt, waardoor het liquidatieverlies niet aftrekbaar is.
Belanghebbende beriep zich op een beleidsbesluit dat in twijfelgevallen een uitzondering maakt indien de voortgezette activiteiten kwalitatief bijkomstig en qua omvang gering zijn. Het Hof concludeerde echter dat de voortgezette activiteiten niet als kwalitatief bijkomstig en qua omvang gering konden worden beschouwd, mede gelet op het personeelsbestand en de omzet.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het liquidatieverlies niet in aanmerking genomen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het liquidatieverlies wordt niet in aanmerking genomen wegens gedeeltelijke voortzetting binnen fiscale eenheid.