ECLI:NL:GHAMS:2004:AR4123
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardeplafond eigenwoningforfait in Wet inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende, eigenaar van een woning met een hoge WOZ-waarde, stelde beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001 vanwege het eigenwoningforfait. Hij betoogde dat het waardeplafond in artikel 3.112 Wet IB 2001 leidt tot een ongelijke behandeling van eigenwoningbezitters met een woningwaarde boven en onder € 975.000, in strijd met het gelijkheidsbeginsel uit het IVBPR en EVRM.
Het Hof stelde vast dat het waardeplafond inderdaad een ongelijke behandeling veroorzaakt, maar dat deze binnen de beoordelingsvrijheid van de wetgever valt. De regeling is gebaseerd op het uitgangspunt dat het eigenwoningforfait het woongenot belast alsof de woning verhuurd wordt, en dat de huurwaarde van duurdere woningen niet onbeperkt stijgt. Het plafond is bovendien geïndexeerd en berust op een objectieve en redelijke rechtvaardiging.
Belanghebbendes argument dat het plafond niet meer actueel is, werd verworpen. Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet in een gelijke situatie verkeert met eigenwoningbezitters boven het plafond en dat het beroep ongegrond is. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard.