ECLI:NL:GHAMS:2004:AR5753
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Loon
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling toepassing deelnemingsvrijstelling bij inbreng Y-technologie in L BV
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde het Y-project uit, een methode voor energieopwekking, dat zij in 1996 van haar zustervennootschap K BV had overgenomen. In 1997 werd L BV opgericht, waarin belanghebbende samen met andere partijen deelnam. Het geschil betrof de toepassing van artikel 14 Wet Pro op de vennootschapsbelasting 1969, de deelnemingsvrijstelling, op de boekwinst die ontstond bij de inbreng van het Y-project in L BV.
Het hof stelde vast dat belanghebbende door inzet van kapitaal en arbeid een onderneming dreef met betrekking tot het Y-project. Ook na overdracht van een deel van het project aan derden bleef belanghebbende een evenredig aandeel in de onderneming houden. De kernvraag was echter of de inbreng in L BV had plaatsgevonden tegen uitreiking van aandelen.
Hoewel in de oprichtingsakte van L BV stond dat belanghebbende aandelen had genomen en volgestort in geld, ontbrak een direct bewijs dat de inbreng van het Y-project als agio op de aandelen had plaatsgevonden. De verklaring van L BV vermeldde alleen inbreng van immateriële activa door andere partijen, niet door belanghebbende. Het hof concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij haar onderneming tegen uitreiking van aandelen had ingebracht, waardoor artikel 14 Wet Pro Vpb niet van toepassing was.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.