ECLI:NL:GHAMS:2004:AR7160
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- A. Bijlsma
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard inzake vaststelling douanewaarde visimport en toepassing CDW-artikelen
Belanghebbende, een douane-expediteur, deed invoeraangiften voor vis afkomstig uit Sri Lanka en Indonesië namens F B.V. De inspecteur stelde de douanewaarde hoger vast dan op de aangifte vermeld, omdat bleek dat naast de overgelegde factuur (RB-factuur) een aanvullende QC-factuur bestond die niet was overgelegd en hogere prijzen vermeldde.
De Douanekamer overwoog dat de werkelijk betaalde prijs alle betalingen omvat die als voorwaarde voor de verkoop zijn gedaan, en dat de betalingen aan leveranciers overeenkomen met de factuurbedragen. De stelling van belanghebbende dat een deel van de betalingen fictief was, was onvoldoende onderbouwd en vaag. De inspecteur mocht daarom afwijken van de op de aangifte vermelde douanewaarde.
Belanghebbende voerde aan dat de douane zich vergist had en dat sprake was van een vergissing in de zin van artikel 220, lid 2, onderdeel b, CDW, maar de Douanekamer oordeelde dat geen actieve gedraging van de douane bestond die als vergissing kan worden gekwalificeerd. Ook de toepassing van artikel 239 CDW Pro voor terugbetaling werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten bevestigd.