ECLI:NL:GHAMS:2004:AR7813
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Slijpen
- Van Horzen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting 1997 wegens te late aangifte en niet-ontvankelijkheid verliesvaststelling
Belanghebbende, een besloten vennootschap, deed de aangifte vennootschapsbelasting over 1997 niet tijdig in, ondanks uitstel en aanmaning. De inspecteur legde daarop een ambtshalve aanslag op van ƒ 100.000 en een boete wegens het niet tijdig doen van aangifte. De ingediende aangifte, die een verlies van ruim ƒ 13 miljoen vermeldde, kwam pas na de aanslag binnen. De inspecteur zag deze aangifte als een bezwaarschrift tegen de aanslag.
Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslag en wilde tevens een verlies van 1997 laten vaststellen. Het hof oordeelde dat de aanslag na het instellen van het beroep door de inspecteur ambtshalve was verminderd tot nihil, waardoor het beroep tegen de aanslag feitelijk overbodig werd. Er was echter geen formele verliesvaststellingsbeschikking genomen, zodat het verzoek daartoe niet ontvankelijk kon worden verklaard.
Het hof overwoog dat de te late aangifte een bijzondere omstandigheid vormt waardoor geen onrechtmatig handelen van de Staat kan worden aangenomen, zodat een schadevergoeding werd afgewezen. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten. Het hof gaf partijen in overweging eerst een reguliere verliesvaststellingsbeschikking te laten volgen, waarna het materiële geschil opnieuw kan worden voorgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de aanslag, de aanslag wordt verminderd tot nihil, en het beroep is niet-ontvankelijk voor de verliesvaststelling.