ECLI:NL:HR:2005:AU8169
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bij verliesvaststellingsbeschikking vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 1997 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een belastbaar bedrag van ƒ 100.000 en een verhoging wegens niet-tijdige aangifte. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat het beroep deels gegrond verklaarde door de aanslag ambtshalve te verminderen tot nihil, maar belanghebbende niet-ontvankelijk verklaarde voor het deel van het beroep dat betrekking had op de vaststelling van het verlies over dat jaar.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 20a, lid 1, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de verliesvaststellingsbeschikking pas onherroepelijk wordt bij onherroepelijkheid van de aanslag. Hierdoor kan belanghebbende ook in beroep nog stellen dat het verlies anders moet worden vastgesteld, ook als in bezwaar alleen een vermindering van het belastbaar bedrag tot een lager positief bedrag is bepleit.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het hofarrest waarin belanghebbende niet-ontvankelijk werd verklaard en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor het niet-ontvankelijk verklaren van belanghebbende en verwijst de zaak voor verdere behandeling.