ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8255
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Faase
- Van der Ouderaa
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting door afboeken boekwinst bij vervanging horecabedrijf
Belanghebbende verkocht in 1998 zijn horecabedrijf en realiseerde daarbij een boekwinst van €107.746. In hetzelfde jaar kocht hij een nieuw horecabedrijf. Hij stelde dat de boekwinst afgeboekt moest worden op de kostprijs van het nieuwe bedrijf, waardoor de winst over 1998 lager zou zijn. De inspecteur hield hier geen rekening mee en legde een aanslag op basis van een belastbaar inkomen van €235.641.
Belanghebbende voerde aan dat er een vervangingsreserve gevormd had moeten worden, waardoor de boekwinst niet direct tot de winst behoorde. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat er op de balans per ultimo 1998 een vervangingsreserve bestond of dat het nieuwe horecabedrijf als vervangend bedrijfsmiddel gold. De stukken toonden aan dat de boekwinst in 1998 tot de fiscale winst was gerekend.
Het hof verwierp het beroep en oordeelde dat de inspecteur terecht de aanslag had verminderd, maar niet tot het door belanghebbende gevorderde lagere belastbare inkomen. Wel werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege onvoldoende motivering van de uitspraak op bezwaar.
De uitspraak bevestigt dat de fiscale winstbepaling strikt wordt toegepast en dat het vormen van een vervangingsreserve aannemelijk moet worden gemaakt om afboeking van boekwinst te rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1998 wordt bevestigd.