ECLI:NL:PHR:2008:BC4463
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke hulp bij zelfdoding en illegale geneesmiddelenverstrekking
De zaak betreft de verdachte die als suïcidecounselor schriftelijk contact had met [JvT], die een einde aan haar leven wilde maken. Verdachte heeft haar informatie en instructies gegeven over het gebruik van medicijnen voor zelfdoding en heeft haar illegaal 30 capsules Depronal verstrekt in ruil voor 80 tabletten Tranxene.
Het slachtoffer [JvT] pleegde zelfdoding door een combinatie van medicijnen en verstikking met een plastic zak. Het toxicologisch rapport toonde aan dat de concentraties van de medicijnen onvoldoende waren om het overlijden volledig te verklaren, maar het hof oordeelde dat de verstrekte middelen en hulp een relevante rol speelden bij de zelfdoding.
De verdediging voerde aan dat er geen causaal verband bestond tussen de hulp van verdachte en de zelfdoding, mede omdat het slachtoffer ook contact had met huisarts en psychiater en haar eigen methode had gekozen. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het verschaffen van middelen en hulp niet onontbeerlijk hoeft te zijn, maar wel een objectief bevorderende rol moet hebben gespeeld.
Het hof veroordeelde verdachte tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, wegens opzettelijke hulp bij zelfdoding en illegale geneesmiddelenverstrekking.