ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8828
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de 30%-regeling voor energy broker en schending gelijkheidsbeginsel door inspecteur
Belanghebbende, een energy broker werkzaam bij Q Amsterdam, verzocht om toepassing van de 30%-regeling met ingang van 20 januari 2003. De inspecteur wees dit verzoek bij beschikking van 27 mei 2003 af. Belanghebbende stelde dat hij onterecht ongelijk werd behandeld ten opzichte van collega’s die wel de regeling kregen toegekend, ondanks vergelijkbare omstandigheden.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat hij over specifieke deskundigheid beschikte die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt en dat de inspecteur het gelijkheidsbeginsel had geschonden door geen onderzoek te doen naar de toepassing van de regeling bij andere brokers binnen dezelfde onderneming. De inspecteur betwistte dit, maar gaf toe dat het voor hem eenvoudig was om dit na te gaan.
Het Hof oordeelde dat de bewijslast in beginsel bij belanghebbende ligt, maar dat nu de inspecteur eenvoudig had kunnen nagaan of het beroep op het gelijkheidsbeginsel terecht was, het aan hem was om feiten te verzamelen die het ongelijk van belanghebbende konden aantonen. Omdat de inspecteur dit naliet, ging het Hof ervan uit dat de regeling in de meerderheid van vergelijkbare gevallen wel werd toegepast.
Daarom verklaarde het Hof het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en bepaalde dat belanghebbende in aanmerking komt voor de 30%-regeling vanaf 20 januari 2003. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt met ingang van 20 januari 2003 recht op de 30%-regeling en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.