ECLI:NL:GHAMS:2004:AS3379
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over classificatie van ballonnen als speelgoed of feestartikelen in douanerecht
Belanghebbende, een Amerikaanse vennootschap, verzocht om een bindende tariefinlichting (BTI) voor ballonnen met aluminiumcoating, bedoeld als feestartikelen. De inspecteur classificeerde deze ballonnen als speelgoed onder post 9503 90 32 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT), terwijl belanghebbende ze wilde laten indelen als feestartikelen onder post 9505 90 00.
De Douanekamer onderzocht het product en concludeerde dat de ballonnen niet de kenmerkende eigenschappen van speelgoed hebben, zoals het kunnen overgooien, en dat ze niet via de speelgoedhandel worden verkocht. De ballonnen zijn vooral bedoeld ter versiering van feestelijke gelegenheden. De inspecteur baseerde zijn indeling op Verordening (EG) nr. 442/2000, die ballonnen als speelgoed classificeert, maar de Douanekamer twijfelt aan de geldigheid en toepasselijkheid van deze verordening voor het onderhavige product.
Gezien deze twijfel verzoekt de Douanekamer het Hof van Justitie om prejudiciële beantwoording van drie vragen: of de verordening ook op deze ballonnen van toepassing is, of de verordening geldig is, en indien niet, of de ballonnen als feestartikelen moeten worden ingedeeld. De procedure is geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De procedure is geschorst en de Douanekamer verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beantwoording over de classificatie van de ballonnen.