ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ6516
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- M.E. van Hilten
- Th.J.G. van Berkum
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief over geldigheid bindende tariefinlichtingen
Belanghebbende, een Amerikaanse vennootschap, had bindende tariefinlichtingen (BTI's) ontvangen voor feestballonnen ingedeeld onder tariefpost 9505 90 00. Na vaststelling van een Europese indelingsverordening in 2000 verklaarde de inspecteur per brief dat de BTI's hun geldigheid hadden verloren en dat nieuwe BTI's konden worden aangevraagd.
Belanghebbende betwistte de ongeldigverklaring en voerde aan dat de ballonnen volgens de oorspronkelijke BTI's correct waren ingedeeld en dat de indelingsverordening ongeldig zou moeten worden verklaard. De inspecteur handhaafde zijn standpunt dat de ballonnen onder een andere tariefpost (9503 90 32) moesten worden ingedeeld.
Het Gerechtshof oordeelde dat de brief van de inspecteur geen formele beschikking was die rechtsgevolgen had, en dat deze daarom niet vatbaar was voor bezwaar. Hierdoor was het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk. Het hof wees tevens op de toepasselijke wettelijke bepalingen uit het Communautair Douanewetboek en de Algemene wet inzake rijksbelastingen die de procedure en rechtsbescherming regelen.
De Douanekamer verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak waarvan beroep, maar verklaarde belanghebbende alsnog niet-ontvankelijk in haar bezwaar en gelastte vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van de inspecteur is niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen formele beschikking met rechtsgevolgen is.