ECLI:NL:GHAMS:2004:AS5250
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- E.M. Vrouwenvelder
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belastingaanslagen en proceskostenvergoeding na omkering bewijslast
Belanghebbende heeft de aangiftebiljetten voor de inkomstenbelasting en premieheffing voor 1999 en 2000 oningevuld maar wel getekend ingediend, waardoor hij niet aan zijn aangifteplicht voldeed. De Hoge Raad vernietigde eerdere uitspraken en verwees de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor herbeoordeling.
Het Hof bevestigt dat de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast op grond van artikel 27e AWR terecht is toegepast, omdat belanghebbende geen juiste aangifte heeft gedaan. Belanghebbende slaagde er niet in te bewijzen dat de vermeende extra inkomsten afkomstig waren van casinospelen; het Hof acht aannemelijk dat er andere inkomstenbronnen waren.
De inspecteur maakte een redelijke schatting van het inkomen door de bijstandsuitkering te verhogen met geconstateerde privé-uitgaven en waarde van aangetroffen voorwerpen. Het beroep is gegrond voor het jaar 2000 wegens niet-verrekening van de voorlopige aanslag, maar verder afgewezen.
Ten aanzien van proceskosten oordeelt het Hof dat belanghebbende geen recht heeft op integrale vergoeding van kosten van de bezwaarfase, maar wel op een forfaitaire vergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De totale proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 3.137,50. Verzoeken om schadevergoeding en beroep op internationale verdragen worden verworpen.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de aanslagen voor 1999 en premie WAZ 2000, wijzigt de aanslag 2000 met verrekening voorlopige aanslag en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de aanslag 2000 met verrekening voorlopige aanslag en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten van € 3.137,50.