ECLI:NL:HR:2004:AQ6896
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij intrekking beroep naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode van 7 juli 2000 tot en met 6 oktober 2000. Na intrekking van het beroep verzocht belanghebbende om een veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten van het hof. Het hof wees een proceskostenvergoeding toe van € 80,50 en legde de kosten bij de Staat der Nederlanden.
Belanghebbende stelde tegen deze uitspraak beroep in cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was om uit eigen beweging te onderzoeken of toepassing gegeven kon worden aan artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en lid 3 van artikel 2 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het hof had terecht geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van de standaardvergoeding rechtvaardigden.
Verder faalden de klachten dat de Inspecteur een onrechtmatige daad had gepleegd, omdat daarvoor onvoldoende bewijs was geleverd en het hof hierover geen oordeel hoefde te geven. De Hoge Raad zag geen gronden voor een veroordeling in de kosten van het cassatieberoep en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding van het hof blijft in stand.