ECLI:NL:GHAMS:2005:AS8276
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- M.E. van Hilten
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over vaststelling douaneschuld bij veredelingsgoederen in het vrije verkeer
Belanghebbende, een BV met vergunning actieve veredeling, bracht veredelingsgoederen in het vrije verkeer zonder voorafgaand uitdrukkelijk verzoek om toepassing van de heffingsgrondslagen van artikel 122, onderdeel c, CDW. De inspecteur stelde de douaneschuld vast op basis van artikel 121 CDW Pro, hetgeen belanghebbende betwistte en een verzoek tot terugbetaling indiende.
De Douanekamer constateerde dat belanghebbende maandelijks lijsten indiende met gegevens over in het vrije verkeer gebrachte goederen, maar geen formeel verzoek deed om toepassing van artikel 122c CDW. De inspecteur paste artikel 121 toe Pro, wat leidde tot uitnodigingen tot betaling die belanghebbende niet betwistte.
De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 121 en Pro 122 CDW en de vraag of de douane ambtshalve moet toetsen of gunstigere heffingsregels van toepassing zijn. De Douanekamer verzoekt het Hof van Justitie prejudiciële uitspraken over de toepasselijkheid van artikel 122c CDW zonder uitdrukkelijk verzoek en over de mogelijkheid van herberekening na vaststelling van de douaneschuld.
De Douanekamer schorst de procedure totdat het Hof van Justitie uitspraak doet. De zaak betreft de uitleg van communautair douanerecht in het kader van actieve veredeling en de vaststelling van douaneschuld bij het in het vrije verkeer brengen van veredelingsgoederen.
Uitkomst: De Douanekamer schorst de zaak en verzoekt het Hof van Justitie prejudiciële uitspraken over de toepasselijkheid van artikel 122c CDW en herberekening van de douaneschuld.