ECLI:NL:GHAMS:2005:AT0187
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- E.M. Vrouwenvelder
- A.J. Roke
- Rechtspraak.nl
Tariefindeling sinaasappelsap: bevroren versus niet-bevroren volgens GDT
Belanghebbende had aangifte gedaan van sinaasappelsap met een temperatuur van -12°C, aangeduid als niet-bevroren, waarvoor een lager douanetarief gold. De inspecteur wijzigde de goederencode naar bevroren sinaasappelsap, met een hoger tarief, omdat het sap bij controle tot in de kern hard bleek te zijn. Belanghebbende maakte bezwaar en voerde aan dat de structuur van het sap niet was gewijzigd en dat het niet als bevroren moest worden aangemerkt.
Het geschil betrof de uitleg van het begrip 'bevroren' in het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT). Belanghebbende verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie over onomkeerbare structuurwijzigingen bij bevroren producten, terwijl de inspecteur zich baseerde op woordenboekdefinities en de fysieke toestand van het sap.
Het Hof stelde vast dat de temperatuur op zich niet het beslissende criterium is, maar het overgaan van de vloeibare naar de vaste vorm van water in het sap als objectief kenmerk geldt. Het sap was tot in de kern hard, wat betekent dat het bevroren was volgens het GDT. De beroepen van belanghebbende werden ongegrond verklaard en de inspecteur kreeg gelijk.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het sap wordt als bevroren ingedeeld.