ECLI:NL:GHAMS:2005:AT4841
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling aftrek hypotheekrente na verkoop woning in kader sanering
Belanghebbende verkocht zijn woning aan de gemeente in verband met sanering en herontwikkeling. De gemeente betaalde een vergoeding die deels bestond uit een financieringsvergoeding gebaseerd op een rentepercentage van 6,5% over een verschil in waarde.
De inspecteur weigerde een deel van de hypotheekrenteaftrek van €840 omdat deze vergoeding volgens hem de rentelasten dekte. Belanghebbende stelde dat de vergoeding geen rentevergoeding was maar een tegemoetkoming in schade en overlast.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de hypotheekrente daadwerkelijk werd gedrukt door de vergoeding en dat er onvoldoende causaal verband bestond. Daarom werd de aanslag verminderd en de proceskosten aan belanghebbende toegekend.
De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van de bewijslastverdeling en de toepassing van artikel 3.120 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt verminderd met €840.