ECLI:NL:GHAMS:2005:AT6208
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- E. Gras
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks erkenning en nationaliteitswens minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Haarlem waarin haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar minderjarige kind werd afgewezen. De vader had het kind reeds erkend. De moeder stelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro toepaste, aangezien de gerechtelijke vaststelling geen extra familierechtelijke band zou creëren en verwees naar eerdere uitspraken die dit bevestigen.
De vader stemde in met de gerechtelijke vaststelling en de bijzonder curator ondersteunde de moeder. De advocaat-generaal adviseerde eveneens tot vernietiging van de beschikking en toewijzing van het verzoek.
Het hof oordeelde echter dat de erkenning het vaderschap reeds rechtsgeldig vaststelt en dat artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro de gerechtelijke vaststelling verbiedt indien het kind al twee ouders heeft. Het verschil in nationaliteitsgevolgen tussen erkenning en gerechtelijke vaststelling kan niet leiden tot een uitzondering. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking.
Deze uitspraak benadrukt de juridische grenzen van vaderschapsvaststelling en de scheiding tussen familierechtelijke en nationaliteitsrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap omdat het vaderschap reeds door erkenning is vastgesteld.