ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8047
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M.J. van Zutphen
- R.C. Gisolf
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gewone verblijfplaats bij internationale kinderontvoering en teruggeleiding
De Centrale Autoriteit heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Alkmaar waarin een verzoek tot teruggeleiding van twee kinderen werd afgewezen. De kern van het geschil betrof de vraag waar de gewone verblijfplaats van de kinderen lag in de zin van artikel 3 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
De feiten wezen op een verblijf van de ouders en kinderen in Spanje van maart 2003 tot januari 2004. De vader wilde zich definitief vestigen, terwijl de moeder een tijdelijk verblijf nastreefde. De moeder bleef in Nederland ingeschreven, hield Nederlandse bankrekeningen aan en er was geen sprake van werk of integratie in Spanje.
Het hof concludeerde dat de feitelijke omstandigheden onvoldoende waren om te spreken van een gewone verblijfplaats in Spanje. Hierdoor bestond geen grond voor een bevel tot teruggeleiding van de kinderen. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en de Centrale Autoriteit werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot teruggeleiding van de kinderen omdat hun gewone verblijfplaats niet in Spanje lag.