ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8170
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek pensioenvoorziening vaste indexatie na 2001 bij waardering goodwill
Belanghebbende, een besloten vennootschap, betwistte de aanslag vennootschapsbelasting 2001 omdat zij een vaste jaarlijkse pensioenverhoging van 3% wilde verwerken in de pensioenvoorziening voor haar directeur-grootaandeelhouder B. Deze verhoging was bedoeld ter compensatie van het eerder dan gepland uittreden van een voormalige maatschapdeelnemer en ter compensatie van inkomensverlies.
De inspecteur stelde dat deze vaste klimming een vorm van indexatie is die betrekking heeft op toekomstige loon- en prijsstijgingen, en dat aftrek van bedragen die zien op indexaties na het betreffende jaar niet is toegestaan volgens artikel 3.26 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Het hof bevestigde dat de vaste klimming de open indexatie verving en dat deze dient ter compensatie van toekomstige loon- en prijsstijgingen. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de verhoging verband hield met andere factoren dan loon- en prijsstijgingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat pensioenvoorzieningen met vaste indexaties die toekomstige loon- en prijsstijgingen compenseren niet ten laste van de winst mogen worden gebracht voor het jaar waarin de indexatie betrekking heeft. De proceskosten werden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard; de vaste jaarlijkse pensioenverhoging van 3% na 2001 mag niet ten laste van de winst worden gebracht.