ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8379
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.A. Boersma
- P.F. Goes
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Kwijtschelding van lening aan werknemers wegens waardeloze aandelenopties vormt loon
Belanghebbende, een beursgenoteerd fonds, had in 1999 en 2000 werknemers aandelenopties toegekend en het bedrag aan loonbelasting dat hierover verschuldigd was aan hen geleend. Toen de opties in 2002 waardeloos werden, schold belanghebbende de vorderingen kwijt. Het geschil betrof de vraag of deze kwijtschelding loon uit dienstbetrekking vormde.
Het Hof oordeelde dat het overeengekomen recht op kwijtschelding een gewone loonvordering was en niet kwalificeerde als een aanspraak waarvoor een fonds werd gevormd. De kwijtschelding vond plaats tijdens de looptijd van de optieovereenkomst en betekende niet dat deze ophield te bestaan. Het voordeel uit de kwijtschelding werd belast op het moment dat vaststond dat terugbetaling niet meer hoefde plaats te vinden.
Belanghebbende stelde dat de lening niet meer invorderbaar was en dat de kwijtschelding geen voordeel opleverde, maar het Hof verwierp dit en bevestigde dat het voordeel gelijk is aan het kwijtgescholden bedrag. De loonheffing was correct ingehouden en afgedragen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; de kwijtschelding van de lening aan werknemers vormt belastbaar loon.