ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8478
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- De Winter
- Brilman
- Paridaens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verkrachtingen met misbruik van afhankelijke positie en geweld
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor drie verkrachtingen gepleegd op drie vrouwen, waarbij hij misbruik maakte van hun afhankelijke en weerloze positie. Kenmerkend was het intimiderend en bedreigend gedrag van de verdachte, waarbij ook geweld werd gebruikt, wat leidde tot ernstige psychische en lichamelijke schade bij de slachtoffers.
Het hof sprak de verdachte vrij van één tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs. De bewezenverklaarde feiten betroffen verkrachtingen die strafbaar zijn en waarvoor de verdachte strafbaar is. De rechtbank had eerder een gevangenisstraf van vier jaar opgelegd, maar het hof matigde deze straf met zes maanden wegens vrijspraak van één feit.
Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen aan twee slachtoffers, deels toegewezen en deels afgewezen wegens onvoldoende verband met bewezen feiten. Ook werd de tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen gelast vanwege nieuwe strafbare feiten binnen de proeftijd.
Het hof nam bij de strafoplegging de ernst van de feiten, de psychische gevolgen voor de slachtoffers en het eerdere strafblad van de verdachte in aanmerking. De straf werd vastgesteld op drie jaar en zes maanden gevangenisstraf, met aftrek van reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 jaar en 6 maanden gevangenisstraf voor drie verkrachtingen en vrijgesproken van één tenlastelegging.