ECLI:NL:PHR:2006:AY6940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring verkrachting door feitelijkheden dwingen
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor meervoudige verkrachting. Het hof heeft vastgesteld dat het slachtoffer aanvankelijk tegen seksuele toenadering was en door het optreden van verdachte, waaronder bevelen en fysiek overwicht, werd gedwongen tot seksuele handelingen.
De Hoge Raad toetst of het hof de bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd en of de uitleg van het begrip 'feitelijkheden' in art. 242 Sr Pro correct is toegepast. De Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte door zijn gedragingen en woorden het slachtoffer, gelet op haar geringe weerbaarheid, zodanig heeft gedwongen dat zij geen weerstand kon bieden.
De Hoge Raad wijst de cassatieklachten af, onder meer omdat de verdediging onvoldoende concrete en gemotiveerde bezwaren heeft aangevoerd tegen de bewezenverklaring. Het oordeel van het hof is niet onjuist of onbegrijpelijk. Daarmee blijft de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens meervoudige verkrachting blijft gehandhaafd.