ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8707
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale kwalificatie van earn-out premie bij verkoop tweede tranche aandelen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde beroep aan tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 2000/2001, waarin de inspecteur een waardedaling van een recht op een omzetafhankelijke premie (de 'Premie') niet als aftrekpost accepteerde. De Premie was verbonden aan de verkoop van aandelen in twee tranches, waarbij de tweede tranche van 17% als zelfstandige deelneming werd beschouwd.
Het geschil spitste zich toe op de fiscale kwalificatie van de Premie en de vraag of waardeveranderingen daarvan ten laste van de belastbare winst mochten worden gebracht of als voordeel uit deelneming moesten worden vrijgesteld. Het hof stelde vast dat belanghebbende tot de overdracht van de tweede tranche op 21 september 2001 houder was van de juridische en economische eigendom van die deelneming en dat de Premie volledig aan deze tweede tranche moest worden toegerekend.
Het hof oordeelde dat waardeveranderingen van de Premie zolang het economische belang bij de deelneming nog bij belanghebbende lag, als voordeel uit deelneming moesten worden aangemerkt en dus vrijgesteld. Pas na overdracht van de tweede tranche konden waardeveranderingen niet langer als voordeel uit deelneming worden beschouwd.
Daarmee werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Proceskosten werden niet toegewezen. Het arrest bevestigt de fiscale behandeling van earn-out regelingen gekoppeld aan aandelenverkoop in tranches en de toerekening van waardeveranderingen aan het moment van overdracht.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting gehandhaafd.