ECLI:NL:GHAMS:2005:AT9733
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging legesaanslag wegens schending artikel 229b Gemeentewet door stadsdeel Amsterdam-Centrum
Belanghebbende, exploitant van een horecagelegenheid, kreeg een legesaanslag opgelegd voor de behandeling van een gebruiksvergunning. Zij stelde bezwaar en beroep in tegen de aanslag, onder meer omdat het stadsdeel Amsterdam-Centrum de tarieven niet transparant had vastgesteld en de baten de lasten zouden overschrijden, wat in strijd is met artikel 229b van de Gemeentewet.
Het Hof constateerde dat de ambtenaar die uitspraak op bezwaar deed onbevoegd was, maar dat belanghebbende hierdoor niet benadeeld was en geen terugverwijzing wenste. De aanslag zelf werd door het Hof vernietigd omdat verweerder niet had aangetoond dat de baten niet hoger waren dan de lasten, terwijl belanghebbende dit voldoende had onderbouwd. Verweerder ging niet inhoudelijk in op deze stelling en bracht geen bewijsstukken in.
Het Hof wees ook op het beginsel dat de rechter niet verplicht is om een partij alsnog bewijs te laten leveren als deze dat niet heeft gedaan, zeker niet als de partij al voldoende gelegenheid had. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag vernietigd en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de legesaanslag vernietigd wegens schending van artikel 229b Gemeentewet.