ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0354
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- L.F. Roseval
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsbevoegdheid en dubbele belastingvermindering ontslagvergoeding
Belanghebbende kreeg voor 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een ontslagvergoeding. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage werd de aanslag verminderd met toepassing van een dubbele belastingvermindering. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere behandeling.
Het geschil betreft of Nederland op grond van het belastingverdrag met Rusland gehouden is tot vermindering ter voorkoming van dubbele belasting voor de ontslagvergoeding die belanghebbende ontving. Het Hof stelt vast dat de ontslagvergoeding is betaald door een in Nederland gevestigde vennootschap (A3 BV) en niet ten laste is gekomen van een werkgever of vaste inrichting in Rusland.
De inspecteur en het Hof wijzen erop dat het feitelijk ten laste komen van een Russische werkgever vereist is voor vermindering. Doorbelasting via verdeelsleutels binnen het concern is onvoldoende om de heffingsbevoegdheid aan Rusland toe te rekenen. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.