ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0551
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- A. Bockwinkel
- A.R. van de Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging faillissement Van den Berg wegens niet-nakoming inlichtingenplicht en onduidelijke activa
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 5 augustus 2005 het hoger beroep van Van den Berg verworpen tegen het faillissement dat door de rechtbank was uitgesproken. Van den Berg was door meer dan 1400 schuldeisers aangeklaagd met een totale vordering van circa €125 miljoen. De curator had slechts ongeveer €130.000 aan activa aangetroffen en twijfelde aan de door Van den Berg opgegeven beleggingen en vermogensbestanddelen.
Van den Berg stelde dat hij recht had op een stuk grond in Turkije en investeringen via een Zwitserse Treuhand MOC AG, maar kon hiervoor geen overtuigend bewijs leveren. De curator meldde bovendien dat Van den Berg geen volledige inlichtingen gaf over de herkomst en bestemming van gelden, en dat activa waren verdwenen of buiten verhaal van crediteuren gebracht.
Het hof oordeelde dat Van den Berg ernstig tekort was geschoten in zijn wettelijke verplichtingen en dat het niet aannemelijk was dat hij op korte termijn over voldoende middelen zou beschikken om zijn schulden te voldoen. Ook een verzoek tot schorsing van de bewaring werd afgewezen. Het faillissement werd gehandhaafd en de inbewaringstelling van Van den Berg bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het faillissement van Van den Berg en de inbewaringstelling wegens niet-nakoming van wettelijke verplichtingen en onvoldoende bewijs van activa.