ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4931
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing motorrijtuigenbelasting voor geparkeerde auto met geschorst kenteken op eigen terrein open voor openbaar verkeer
Belanghebbende was houder van een Citroën met geschorst kenteken en parkeerde deze op een terrein dat eigendom was van een bedrijf, maar dat feitelijk openstond voor het openbaar verkeer. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete op wegens gebruik van de weg tijdens schorsing.
Het geschil draaide om de vraag of het terrein als een 'weg' in de zin van artikel 5 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 moest worden aangemerkt. Het hof concludeerde dat het begrip 'weg' ruim moet worden uitgelegd overeenkomstig de Wegenverkeerswet 1994 en dat het terrein feitelijk openstond voor het openbaar verkeer, ondanks het bord 'Eigen terrein alleen kort parkeren'.
Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd, maar vanwege de complexiteit en onduidelijkheid over het begrip 'weg' werd de boete vernietigd. Het hof wees proceskosten af omdat belanghebbende geen kosten had gesteld.
De uitspraak bevestigt dat parkeren op eigen terrein dat openstaat voor het openbaar verkeer kan leiden tot belastingplicht, ook bij schorsing van het kenteken, en benadrukt het belang van de feitelijke situatie bij de uitleg van het begrip 'weg'.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt gehandhaafd na vermindering, de boetebeschikking wordt vernietigd.