ECLI:NL:GHAMS:2005:AU5251
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- C.A. Joustra
- D.J. Cohen Tervaert
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot affinanciering van pensioenaanspraken niet verdisconteerd in ontbindingsvergoeding
Appellant was van 1988 tot 2000 in dienst bij NUVO, waarbij een pensioenregeling van toepassing was met een verplichting tot affinanciering van pensioenaanspraken bij beëindiging van het dienstverband. Appellant vorderde betaling van een openstaand bedrag voor pensioenaffinanciering door NUVO aan de pensioenverzekeraar Zürich.
NUVO erkende de pensioenverplichting niet te betwisten, maar stelde dat de affinancieringsverplichting was verdisconteerd in de ontbindingsvergoeding die aan appellant was toegekend bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het hof verwierp dit verweer omdat affinanciering een zelfstandige wettelijke en contractuele verplichting betreft en niet als schadevergoeding kan worden gezien.
Het hof oordeelde dat de ontbindingsrechter de pensioenaffinanciering niet kon meenemen in de ontbindingsvergoeding omdat het bedrag destijds niet bekend was. Daarom was de vordering van appellant tot betaling van het openstaande pensioenbedrag en de wettelijke verhoging toewijsbaar. Daarnaast werden incassokosten en wettelijke rente toegewezen.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis en veroordeelde NUVO tot betaling van het pensioenbedrag, jaarlijkse betalingen aan Zürich, wettelijke verhoging, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: Het hof veroordeelt NUVO tot betaling van het openstaande pensioenbedrag, wettelijke verhoging, incassokosten, rente en proceskosten.