ECLI:NL:GHAMS:2005:AU5256
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- W.P. Scheltema
- E.A. Mout-Bouwman
- Rechtspraak.nl
Betekeningsvereisten appèldagvaarding aan buitenlandse omroep volgens EG-Betekeningsverordening
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de rechtsgeldigheid van de betekening van de appèldagvaarding aan de Belgische omroep VRT centraal. Volgens de EG-Betekeningsverordening dient de betekening plaats te vinden in de lidstaat waar de geïntimeerde is gevestigd, in dit geval België. Hoewel de dagvaarding aan het kantoor van de procureur van VRT in Nederland is betekend, is niet gebleken dat een afschrift of vertaling van de dagvaarding aan een ontvangende instantie in België is verzonden, zoals vereist.
Het hof verwijst naar de Hoge Raad die heeft vastgesteld dat verzending aan de ontvangende instantie binnen twee weken na betekening aan de procureur moet plaatsvinden. Het ontbreken hiervan betekent dat de betekening niet rechtsgeldig of tijdig is. Het feit dat VRT in hoger beroep is verschenen doet hieraan niet af; een rechtsgeldige betekening is een vereiste voor ontvankelijkheid.
Het hof geeft appellant de gelegenheid om zich uit te laten over de rechtsgeldigheid van de betekening en stelt een korte termijn voor aktewisseling vast. Tot die tijd wordt de verdere beslissing aangehouden. Indien blijkt dat de betekening niet rechtsgeldig is, zal appellant niet-ontvankelijk worden verklaard voor zover het hoger beroep tegen VRT is gericht.
Uitkomst: De beslissing wordt aangehouden en appellant krijgt gelegenheid zich uit te laten over de rechtsgeldigheid van de betekening aan VRT.