ECLI:NL:GHAMS:2005:AU7731
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- G.B.C.M. van der Reep
- D.J.C. Aben
- J.C.W. Rang
- Rechtspraak.nl
Bewilliging kennisgeving niet verdere vervolging wegens noodweer na schietincident in eethuis
Op 6 augustus 2003 vond een schietincident plaats in een eethuis te Amsterdam waarbij politiebrigadier W een dodelijk schot loste op A, die een mes bij zich had en een acuut levensbedreigend gevaar vormde. Na een gerechtelijk vooronderzoek met reconstructie onder leiding van de rechter-commissaris concludeerde de officier van justitie dat W uit noodweer handelde en dat het gebruik van het vuurwapen proportioneel was gezien de korte reactietijd en de ernst van de dreiging.
De nabestaanden van A dienden een klacht in ex artikel 12 Sv Pro tegen het niet vervolgen van W. Het hof oordeelde dat de procedure rond het bewilligingsverzoek niet openbaar hoeft te zijn en dat de rechten van W en de nabestaanden voldoende waren gewaarborgd. Het hof benadrukte het belang van een onafhankelijke reconstructie en het feit dat het gerechtshof zelf bevoegd is om vervolging te bevelen.
Na zorgvuldige beoordeling van het bewijsmateriaal, waaronder getuigenverklaringen en beeldmateriaal van de reconstructie, concludeerde het hof dat W geen andere redelijke alternatieven had dan het schot te lossen. Hoewel W bewust de kans accepteerde dat A zou overlijden, was dit niet beoogd. Het hof achtte het daarom hoogst onwaarschijnlijk dat een strafrechter tot een andere beslissing zou komen dan ontslag van alle rechtsvervolging wegens noodweer en besloot het verzoek tot kennisgeving van niet verdere vervolging te bewilligen.
Uitkomst: Het hof bewilligt de kennisgeving van niet verdere vervolging wegens noodweer na het schietincident.