ECLI:NL:GHAMS:2005:AU8249
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid kosten liposuctiebehandeling dochter wegens medische noodzaak
Belanghebbende maakte kosten van €3.857,- voor een liposuctiebehandeling van zijn dochter, uitgevoerd onder algehele verdoving. De inspecteur weigerde deze kosten als aftrekbare ziektekosten te erkennen. Het Hof stelde vast dat er een medische noodzaak was voor de behandeling, gebaseerd op een verklaring van een ggz-arts die psychische klachten en een direct verband met esthetische problemen vaststelde.
Het Hof interpreteerde artikel 6.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zodanig dat uitgaven voor genees- en heelkundige hulp ook psychische klachten omvatten, mits vastgesteld door een medicus. De inspecteur stelde onterecht dat alleen een psychiater dit kan vaststellen. Het Hof oordeelde dat dit niet vereist is, tenzij bijzondere omstandigheden dat noodzakelijk maken.
Op basis hiervan verklaarde het Hof het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, en verminderde de aanslag naar een belastbaar inkomen van €39.681. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. Er waren geen proceskosten toe te kennen aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd wegens aftrekbaarheid van de liposuctiebehandeling als uitgaven wegens ziekte.