ECLI:NL:GHAMS:2005:AV0186
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing artikel 20 lid 5 Wet Vpb bij tijdelijke stillegging en fiscale eenheid
Belanghebbende, B B.V., maakte deel uit van een fiscale eenheid met G Holding B.V. en dochtervennootschappen die bouwactiviteiten uitvoerden. In 1988 ontstonden financiële problemen, waarna aandelen en projecten werden overgedragen. De inspecteur stelde dat artikel 20, vijfde lid, Wet Vpb verliesverrekening voor 1998 blokkeerde vanwege staking van de onderneming.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende vanaf 1 januari 1987 niet alleen houdsteractiviteiten verrichtte, maar ook bouwactiviteiten van haar dochtervennootschappen. Het opgaan in de fiscale eenheid per 1 januari 1988 leidde niet tot staking van de onderneming. De civielrechtelijke vervreemding van dochtervennootschappen in het vierde kwartaal 1988 markeert het moment van staking.
Gezien de korte periode van stillegging en voortzetting van bouwprojecten concludeert het Hof dat sprake is van een tijdelijke stillegging die niet als staking in de zin van artikel 20, vijfde lid, Wet Vpb geldt. Hierdoor is verliesverrekening in 1998 toegestaan. Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot nihil en de inspecteur veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 1998 wordt verminderd tot nihil.