ECLI:NL:GHAMS:2005:AV2094
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar OZB wegens onduidelijkheid objectafbakening WOZ
Belanghebbende, eigenaar van een woonhuis met een houten schuur die tot 2004 als woning werd gebruikt, maakte bezwaar tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2004. De gemeente had het woonhuis en de schuur als twee afzonderlijke onroerende zaken aangemerkt met vastgestelde WOZ-waarden die onherroepelijk waren sinds 1 januari 2004.
Belanghebbende stelde dat de bewoning van de schuur was beëindigd en dat de schuur weer als schuur moest worden gewaardeerd, niet als woning. De gemeente wees het bezwaar af. Het hof oordeelt dat het bezwaar tevens moet worden gezien als een verzoek op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ om een nieuwe beschikking te nemen over de waardebepaling van de objecten.
Omdat nog niet onherroepelijk vaststaat of de objecten als één of twee onroerende zaken moeten worden beschouwd, vernietigt het hof de uitspraak op bezwaar en gelast de gemeente een nieuwe beschikking te nemen. De gemeente moet het bezwaar tegen de aanslag aanhouden totdat deze beschikking onherroepelijk is. Tevens veroordeelt het hof de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd; de gemeente moet een nieuwe WOZ-beschikking nemen en het bezwaar tegen de aanslag aanhouden.