ECLI:NL:GHAMS:2005:AW5514
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling afwaardering vordering en vervangingsreserve door BV
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde beroep aan tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over 1998 en 1999. Het geschil betrof vooral de afwaardering van een vordering van ƒ 200.000 en de vorming van een vervangingsreserve in 1999.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de afgewaardeerde vorderingen tot haar vermogen behoorden. De vermeende geldleningen aan H en LB B.V. konden niet worden bewezen en de transacties betroffen vooral privézaken van de directeur en enig aandeelhouder X. Ook was niet aannemelijk dat een zakelijk vervangingsvoornemen bestond voor het pand dat in 1999 werd verkocht, waardoor de vervangingsreserve ten onrechte was gevormd.
Verder werden diverse kostenposten door het Hof deels niet in aftrek toegelaten, zoals kosten voor privéfeesten en reizen. Het Hof vernietigde de bestreden uitspraken, matigde de aanslagen tot respectievelijk ƒ 87.699 en ƒ 1.040.090, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. Het beroep werd daarmee (deels) gegrond verklaard.
Uitkomst: Het Hof vernietigde de bestreden uitspraken, matigde de aanslagen en veroordeelde de inspecteur tot proceskostenvergoeding.