ECLI:NL:GHAMS:2006:AV2896
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- M.E. van Hilten
- A.J. Roke
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep en terugbetaling omzetbelasting bij douanevervoer
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een uitnodiging tot betaling van omzetbelasting en een verzuimboete, welke niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en overschrijding van de bezwaarperiode. Het geschil betreft de vraag of het bezwaar ontvankelijk is en of het verzoek om terugbetaling terecht is afgewezen.
De Douanekamer oordeelt dat het ingediende geschrift van 15 mei 2001 moet worden aangemerkt als een verzoek om terugbetaling in de zin van artikel 236 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW). Dit verzoek is tijdig ingediend binnen de driejaarstermijn, en dient als zodanig door de inspecteur te worden behandeld. De eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd.
Verder is vastgesteld dat de goederen hun bestemming hebben gevolgd en de douaneheffing niet terecht is opgelegd. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten. De zaak betreft complexe aspecten van douanerecht, omzetbelasting en bestuursrechtelijke ontvankelijkheidsregels.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de inspecteur wordt gelast het verzoek om terugbetaling alsnog te behandelen.