ECLI:NL:GHAMS:2006:AV4555
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking BTI en navordering douanerechten op mengsel celluloseacetaatbutyraat
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft beroep ingesteld tegen een uitnodiging tot betaling van douanerechten en de intrekking van een bindende tariefinlichting (BTI) door de inspecteur. Het geschil betreft de vraag of het product X, een mengsel van celluloseacetaatbutyraat, weekmaker en kleurstoffen, recht geeft op vrijstelling van douanerechten op grond van de toepasselijke verordeningen.
De inspecteur heeft de BTI van 28 april 1998 met terugwerkende kracht ingetrokken omdat het product niet overeenkomt met de zuivere stof die in de BTI is omschreven. Het douanelaboratorium bevestigde dat het mengsel niet valt onder de vrijstelling voor farmaceutische stoffen die bekend staan onder een CAS-nummer. Belanghebbende stelde dat de BTI onterecht was ingetrokken en dat de navordering buiten de wettelijke termijn viel.
Het hof oordeelt dat de vrijstelling slechts geldt voor zuivere stoffen en dat het product X door toevoeging van weekmaker en kleurstof niet onder de vrijstelling valt. De intrekking van de BTI is terecht omdat de BTI alleen de tariefindeling betreft en niet de vrijstelling. Ook is de navordering tijdig medegedeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitnodiging tot betaling van douanerechten wordt bevestigd.