ECLI:NL:GHAMS:2006:AV6660
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Fasseur
- De Winter
- Van de Velde-ter Beek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bedrijfsmatig wisselkantoor zonder registratie en niet melden ongebruikelijke transacties
Verdachte stond terecht voor het medeplegen van het bedrijfsmatig uitvoeren van wisseltransacties zonder dat het wisselkantoor was geregistreerd bij De Nederlandsche Bank, in strijd met artikel 4 van Pro de Wet inzake de wisselkantoren. Tevens werd hem medeplegen ten laste gelegd van het niet onverwijld melden van ongebruikelijke transacties zoals voorgeschreven in artikel 9 van Pro de Wet melding ongebruikelijke transacties.
Het hof oordeelde dat verdachte feitelijk leiding gaf aan deze verboden gedragingen en dat hij daarmee het overheidsbeleid ter bestrijding van witwassen frustreerde en de integriteit van het financiële stelsel aantastte. De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte niet wist dat zijn handelen als wisselkantoor moest worden aangemerkt en dat hij in verschoonbare rechtsdwaling verkeerde, maar dit werd verworpen omdat verdachte niet had voldaan aan zijn zelfstandige verplichting om zich op de hoogte te stellen van de wet- en regelgeving.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan de uitvoering werd opgelegd voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en tot een taakstraf van 240 uur. Deze straf werd lager vastgesteld dan de door de advocaat-generaal gevorderde twaalf maanden gevangenisstraf, gelet op de persoon van verdachte en de omstandigheden van het geval.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uur wegens medeplegen van bedrijfsmatig wisselkantoor zonder registratie en niet melden van ongebruikelijke transacties.