ECLI:NL:GHAMS:2006:AW0829
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- D.J. De Korte
- Rechtspraak.nl
Hof stelt afschrijving monumentenpand 2002 vast op 2,5% lineair over 40 jaar
Belanghebbende bezat een monumentenpand in Amsterdam dat hij in 1998 kocht en als eigen woning gebruikte. Voor het belastingjaar 2002 stelde de inspecteur de afschrijving van het pand forfaitair vast op 15% van het bruto eigenwoningforfait, terwijl belanghebbende een lagere afschrijving berekende op basis van een lineaire methode met een restwaarde.
Het geschil betrof primair de vraag of de afschrijving forfaitair op 15% moest worden vastgesteld, en subsidiair de juiste residuwaarde en afschrijvingstermijn. Het hof oordeelde dat het forfaitaire percentage niet van toepassing was voor 2002, omdat de ministeriële regeling pas vanaf 2004 gold. De inspecteur kon het “Vraag- en Antwoordbesluit” niet als formele regeling aanmerken.
Het hof verwierp de stelling van de inspecteur dat geen afschrijving mogelijk was vanwege verplicht onderhoud. Vervolgens stelde het hof in goede justitie de afschrijving vast door uit te gaan van de aankoopprijs minus een residuwaarde van de opstal, waarbij de restwaarde van de ondergrond werd vastgesteld op circa €135.000. De afschrijvingstermijn werd vastgesteld op 40 jaar, resulterend in een afschrijving van 2,5% per jaar.
Dit leidde tot een afschrijving van €9.250, hoger dan door de inspecteur aangenomen, waardoor de aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van €145.599. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur vernietigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de inspecteur en stelt de afschrijving van het monumentenpand in 2002 vast op 2,5% lineair over 40 jaar, waardoor de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €145.599.