ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2712
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Clement
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- D.W.J.M. Pessers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging teruggeleiding kinderen naar Duitsland wegens ongeoorloofde overbrenging
De moeder heeft de kinderen vanuit Duitsland naar Nederland meegenomen, hetgeen het hof kwalificeert als ongeoorloofde overbrenging in de zin van artikel 3 lid 1 van Pro het Haags Verdrag inzake internationale ontvoering van kinderen. De rechtbank had reeds een teruggeleiding gelast voor 1 februari 2006, maar deze termijn was verstreken.
De moeder voerde aan dat het gezagsrecht niet daadwerkelijk werd uitgeoefend door het Kreisjugendamt (KJA) en dat de kinderen inmiddels hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden. Het hof oordeelde echter dat het gezagsrecht bij het KJA berustte en dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Duitsland hadden, conform het Duitse recht.
De moeder stelde tevens dat terugkeer de kinderen in een ondragelijke situatie zou brengen, een beroep op de weigeringsgronden van artikel 13 van Pro het Verdrag. Dit werd door het hof verworpen, mede omdat het KJA aangaf dat de moeder de verzorging zou blijven voeren mits zij een omgangsregeling met de vader respecteert.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en bepaalde een nieuwe uiterste datum voor terugkeer van de kinderen naar Duitsland, uiterlijk 20 maart 2006. Het beroep van de moeder werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof gelast de teruggeleiding van de kinderen naar Duitsland uiterlijk 20 maart 2006 en wijst het hoger beroep van de moeder af.