ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2809
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.M.C. Tilleman
- R.J.M. Smit
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Erkenning staat in de weg aan gerechtelijke vaststelling vaderschap
In deze zaak stond het verzoek van een moeder centraal om het vaderschap van een man gerechtelijk vast te stellen, ondanks dat de man de kinderen reeds postnataal had erkend. De moeder betoogde dat deze erkenning de gerechtelijke vaststelling niet in de weg zou mogen staan, mede vanwege de gevolgen voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit door de kinderen en de onzekerheid over haar eigen verblijfsstatus.
Het hof overwoog dat de erkenning van de kinderen door de man op 6 mei 2004 het vaderschap rechtens al vaststelt, waardoor het verzoek tot gerechtelijke vaststelling moet stranden. Artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro verbiedt de vaststelling van vaderschap indien het kind al twee ouders heeft. De moeder stelde dat het belang van de kinderen vooral lag bij de nationaliteitsgevolgen, maar het hof vond dit belang niet relevant in het kader van het verzoek.
Daarnaast verwierp het hof het beroep van de moeder op verdragsrechtelijke bepalingen en stelde dat zelfs indien de gemeente Nijmegen de ouders onvoldoende had geïnformeerd over de verschillen tussen erkenning en gerechtelijke vaststelling, dit de uitkomst niet zou wijzigen. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking die het verzoek van de moeder afwees.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap omdat de erkenning door de man het vaderschap reeds rechtens vaststelt.